Erf
onzijdig (het)/ˈɛrᵊf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het grondgebied direct rond een boerderijDe waakhond begon te blaffen toen ik het erf opkwam.Daar stonden ze voor de garage, zij tussen Mutti en vader in, op het erf eronder wachtte de hele familie met Noorse, Duitse en Zweedse vlaggen in hun handen, ze was de eerste Zweedse studente van de familie.
- (verheven) het vanaf de tijd van iemands voorouders voortdurend bewoonde land of streek
- (verouderd) vererfbaar onroerend goed, m.n. een stuk grond
- (verouderd) erfenis, erfdeel
zelfstandig naamwoord
- de kruidachtige plant
Etymologie
*[B]: misschien ontleend aan Latijn ervum ‘wikke’. Evenals Nederduits Arf, Oudengels earfan en IJslands arfi.Guus Kroonen, Etymological Dictionary of Proto-Germanic, Leiden: Brill, 2013, blz. 34.
Vertalingen
Engelsfarmyard
Fransbasse-cour
DuitsHofraum
Spaanscorral
Italiaansaia, bassa corte
Portugeescurral
Zweedsgård
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek