Erin
/ɛrˈɪn/
Betekenis
bijwoord
- persoonlijk: *in+het, in+ze:Het zat erin verstopt.Er zat iets in verstopt.Het verbaasde Teresa dat Sarah erin was geslaagd om zichzelf in Santa Justa in de waterput te zien.
Uitdrukkingen
- De klad erin brengen — Het slechter gaan
- De sokken erin zetten — vluchten
- De moed erin houden — blijven hopen op een goede afloop
Vertalingen
Engelstherein
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek