Fiks

Wat is de betekenis van Fiks?

Fiks betekent: groot, krachtig

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met boekreferenties groot, krachtig
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fiksen
  2. gebiedende wijs van fiksen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fiksen

Voorbeelden van "Fiks" in een zin

  • Na wat onderhandelen heb ik een fikse korting bedongen.
  • Zijn zelfvertrouwen heeft een fikse knauw gekregen.
  • Ik fiks.
  • Fiks!
  • Fiks je?

Etymologie

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘flink, stevig’ voor het eerst aangetroffen in 1800