Fiks

Wat is de betekenis van Fiks?

Fiks betekent: groot, krachtig

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met boekreferenties groot, krachtig
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fiksen
  2. gebiedende wijs van fiksen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fiksen

Voorbeelden van "Fiks" in een zin

  • Na wat onderhandelen heb ik een fikse korting bedongen.
  • Zijn zelfvertrouwen heeft een fikse knauw gekregen.
  • Ik fiks.
  • Fiks!
  • Fiks je?

Veelgestelde vragen over Fiks

Wat is de betekenis van Fiks?

Fiks betekent: groot, krachtig

Hoeveel betekenissen heeft Fiks?

Fiks heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je Fiks in een zin?

Voorbeeld: “Na wat onderhandelen heb ik een fikse korting bedongen.

Etymologie

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘flink, stevig’ voor het eerst aangetroffen in 1800