Flink
flɪŋk
Wat is de betekenis van Flink?
Flink betekent: groot en/of stevig, krachtig van lichaamsbouw
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- groot en/of stevig, krachtig van lichaamsbouw
- groot van afmeting, hoeveelheid of kracht
- sterk van karakter
- vlug, snel
bijwoord
- in hoge mate, veel, snel
Voorbeelden van "Flink" in een zin
- Je zoon is al een flinke jongen geworden.
- Hij nam een flinke teug van het bierflesje.
- Jan heeft een flink pak slaag gekregen.
- Wees een flinke jongen en gedraag je.
- De oude generaal maakt zoo flink mogelijk een buiging voor mevrouw Van Hake, en zegt te hopen dat hij haar niet te veel derangeerde.
Etymologie
Ontleend aan Middelnederduits flink 'vlug, behendig', al dan niet via Hoogduits flink 'id.'. Verwant met Middelnederlands vlinken.
Vertalingen
Duitstüchtig, kräftig, stattlich, anständig
Engelsstrapping, brave, sturdy, considerable
Franscourageux, valiente, solide, gros, énergique
norøslig
nnrøseleg, røsleg
Spaansrobusto, firme, considerable
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek