faal

Wat is de betekenis van faal?

faal betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen
  2. gebiedende wijs van falen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen

Voorbeelden van "faal" in een zin

  • Ik faal.
  • Faal!
  • Faal je?