faal
Wat is de betekenis van faal?
faal betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen
- gebiedende wijs van falen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen
Voorbeelden van "faal" in een zin
- Ik faal.
- Faal!
- Faal je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek