faalde
Wat is de betekenis van faalde?
faalde betekent: enkelvoud verleden tijd van falen
Betekenis
- enkelvoud verleden tijd van falen
Voorbeelden van "faalde" in een zin
- Ik faalde.
- Jij faalde.
Betekenis en uitleg van faalde
Het werkwoord 'faalde' is de verleden tijd van 'falen', wat betekent dat iets niet is gelukt of niet aan de verwachtingen voldeed. Wanneer iemand faalde, betekent dit dat er een poging is gedaan, maar dat het resultaat teleurstellend was.
Je gebruikt 'faalde' vaak in situaties waarin iemand of iets niet succesvol was in het bereiken van een doel. Dit kan variëren van persoonlijke prestaties, zoals het niet halen van een examen, tot bredere contexten zoals een project dat niet het gewenste resultaat opleverde. Het woord heeft een negatieve connotatie en benadrukt teleurstelling of tekortkoming.
Voorbeelden
- Hij faalde in het behalen van zijn rijbewijs, wat hem erg teleurstelde.
- De presentatie faalde omdat de techniek niet werkte, waardoor belangrijke informatie niet kon worden gedeeld.
- Hoewel ze hard had geoefend, faalde ze toch in de wedstrijd en voelde ze zich erg ontmoedigd.
Woordoorsprong
Het woord 'falen' komt van het Oudfranse 'faillir', dat 'missen' of 'in gebreke blijven' betekent. Het is verwant aan het Latijnse 'fallere', wat 'vallen' of 'bedriegen' betekent.
Veelgestelde vragen over faalde
Wat is de betekenis van faalde?
faalde betekent: enkelvoud verleden tijd van falen
Hoe gebruik je faalde in een zin?
Voorbeeld: “Ik faalde.”