faalt

Wat is de betekenis van faalt?

faalt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen

Betekenis

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen
  3. verouderd_in_het_nederlands gebiedende wijs meervoud van falen

Voorbeelden van "faalt" in een zin

  • Jij faalt.
  • Hij faalt.
  • Faalt!

Betekenis en uitleg van faalt

Het woord 'faalt' verwijst naar het niet slagen in een bepaalde taak of het niet behalen van een gewenst resultaat. Het kan betrekking hebben op persoonlijke prestaties, maar ook op situaties waarin iets of iemand niet voldoet aan de verwachtingen.

'Faalt' wordt vaak gebruikt wanneer iemand of iets tekortschiet in wat er van hen verwacht wordt. Dit kan variëren van een slecht examenresultaat tot een mislukt project op het werk. Het woord draagt een negatieve connotatie en kan ook emotionele lading hebben, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • Hij faalt elke keer als hij probeert zijn vriend te overtuigen van zijn standpunt.
  • De technologie faalt regelmatig, waardoor het hele systeem onbetrouwbaar is.
  • Als je niet goed oefent, faalt de kans op succes bij de presentatie.

Woordoorsprong

De oorsprong van 'faalt' komt van het Middelnederlandse woord 'falen', dat ook 'verliezen' of 'mislukken' betekent.

Veelgestelde vragen over faalt

Wat is de betekenis van faalt?

faalt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van falen

Hoeveel betekenissen heeft faalt?

faalt heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je faalt in een zin?

Voorbeeld: “Jij faalt.