faam
mannelijk/vrouwelijk (de)/fam/
Wat is de betekenis van faam?
faam betekent: reputatie
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- reputatie
- roem
Voorbeelden van "faam" in een zin
- Deze man schijnt te goeder naam en faam bekend te staan.
- Die acteurs van tegenwoordig genieten van grote faam.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘reputatie, roem’ voor het eerst aangetroffen in 1250
Uitdrukkingen
- Te goeder naam en faam bekend staan — bekend staan voor goede dingen
Vertalingen
Engelsreputation, fame
Fransrenommée, célébrité
DuitsRuf, Leumund, Ruhm
Spaansfama, fama, renombre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek