Flor

mannelijk (de)/flɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. laagje schimmel op wijn
    Op de wijn waarvan de wijnmaker 'fino' wil maken, groeit spontaan flor, een rimpelige grijswitte laag gistcellen.

Etymologie

*van "flor" "bloem, gebruikt voor de bovenste laag of de meest zuivere stof, bijvoorbeeld bij meel)"