Flora
vrouwelijk (de)/floˈrɑ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het plantenrijk in een bepaalde streek of periodeMadagascar heeft een ontzettend rijke flora, met vele soorten die enkel daar voorkomen.
Etymologie
*van Flora, de Romeinse godin van bloemen en van de lente
Vertalingen
Engelsflora
Fransflore
DuitsFlora
Zweedsflora
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek