Gaal

mannelijk (de)/ɣal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dichterlijk (dichterlijk) vogel die mooi zingt
    {{ouds
zelfstandig naamwoord
  1. textiel (textiel) spleet die ontstaat in een gobelin daar waar verschillende kleurvlakken tegen elkaar liggen
    Afhankelijk van het ontwerp kan de gaal dichtgenaaid worden of open blijven.
  2. textiel (textiel) langgerekte dunne streep in weefsel
    (…) ze bloosde als het kritisch spiedend oog van haar schoonmoeder een gaal zag in het tafellaken, (…)
    Wij leên geen vuil noch schurft noch smet,maar hebben 't al in roer gezetom Israel te makenzo gaaf en zuiver als een glasdat daar niets onreins onder was,noch streep noch gaal in 't laken.
zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor bepaald soort plant,

Etymologie

*[C] herkomst onzeker, misschien een samentrekking van "gagel"