geut
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een niet al te goed afgemeten hoeveelheid vloeistof, meestal snel geschonken uit een fles of kanrode ui saus: pel de uien en snij grof. Stoof de ui glazig in olijfolie op een zacht vuur. Kruid met peper van de molen en zeezout. Mix de gestoofde ui samen met een scheut olie en geut azijn tot een frisse gladde saus. Verdeel deze over de borden.
- geul, sloot, sleuf, goot, gietgeut
Etymologie
* afleiding van gieten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek