Golfslag

mannelijk (de)/ˈɣɔlᵊfˌslɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het slaan, botsen van de golven, het resultaat van een golf die bij de kust of oever komt en daar zijn energie verliest.
  2. de op- en neergaande beweging van het water.

Vertalingen

Spaansoleaje