Gouw
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gewest van het vroegere Frankische rijk
- landstreek
Etymologie
* Middelnederlands gou, gau, gō (genitief gooy), uit Oudnederlands gō, uit Oergermaans *ga-aujō, een collectiefvorming uit *ga- en *aujō ‘bij water behorend land’, waaruit -ouw en -ooi (vgl. landouw, ooibos). Evenals Nederduits Gohe, Duits Gau en Fries gea, goa.
Vertalingen
Engelsdistrict
DuitsGau
Spaansdistrito, provincia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek