Groet

mannelijk (de)/ɣrut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een uiting waarbij men elkaars aanwezigheid erkent wanneer men elkaar ontmoet
    "Hallo, hoe gaat het met u." is een veelgehoorde groet.

Etymologie

* Vroegnieuwnederlands groete, gruete, uit Middelnederlands grute, afleiding uit groeten, groten ‘groeten’, waarvoor zie groeten. Evenzo afgeleid zijn Limburgs grote, Nederduits Groot en Duits Gruß.

Vertalingen

Engelsgreeting
Franssalutation
DuitsGruß, Begrüßung
Spaanssaludo
Italiaanssaluto
Portugeessaudação
Poolspozdrowienie