Ham
mannelijk/vrouwelijk (de)/hɑm/
Wat is de betekenis van Ham?
Ham betekent: (voeding) vlees van de achterkant van een varken, gebruikt als onderdeel van gerechten of als broodbeleg
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) vlees van de achterkant van een varken, gebruikt als onderdeel van gerechten of als broodbeleg
- (anatomie) (verouderd) vlezige achterkant van het bovenbeen
zelfstandig naamwoord
- hoek aangeslibd land
Voorbeelden van "Ham" in een zin
- Veel mensen vinden ham heerlijk.
- Daar bevindt zich de ham.
Etymologie
*(m): (erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands """; in de betekenis van ‘aangeslibd land’ voor het eerst aangetroffen in 694
Vertalingen
Engelsham, thigh
Fransjambon, cuisse
DuitsSchinken, Oberschenkel
Spaansjamón, jamón, pernil
Italiaansprosciutto, prosciutto
Portugeespresunto, fiambre
Turksjambon
Poolsszynka
Zweedsskinka
Deensskinke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek