Hazel
/ˈhazəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) bepaalde in West-Europa inheemse struik,
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "hasel" van Oudnederlands "hasal"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*(erfwoord) via Middelnederlands "hasel" van Oudnederlands "hasal"