Hazelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een in West-Europa inheemse struik uit de berkenfamilie (). De vrucht van de hazelaar is de hazelnoot, waarvan de kern eetbaar is
    Mensen met hooikoorts gewaarschuwd voor hazelaars tijdens kerst [http://www.nu.nl/gezondheid/4182875/mensen-met-hooikoorts-gewaarschuwd-hazelaars-tijdens-kerst.html www.nu.nl]

Etymologie

*afgeleid van hazel

Vertalingen

Engelshazel
Fransnoisetier, coudrier
DuitsHasel, Haselnußstrauch
Spaansavellano, avellanero