Haven

vrouwelijk (de)/ˈhavə(n)/

Wat is de betekenis van Haven?

Haven betekent: (waterbeheer) natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waterbeheer (waterbeheer) natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen

Voorbeelden van "Haven" in een zin

  • De haven van Rotterdam.
  • De boot lag in de haven.
  • En als mijn broer het niet doet, breng ik het zelf wel naar de haven ' 'Jij?' 'vertrouwt u me nou maar.

Etymologie

*van Middelnederlands haven, havene

Uitdrukkingen

  • Een veilige havenEen veilige plaats waar men in gevaarlijke tijden kan schuilen
  • In behouden haven zijnveilig ergens zijn (bv na een reis)
  • In het zicht van de haven strandenvlak voor het einde/ de voltooiing in de fout gaan of in problemen komen

Vertalingen

Engelsport, harbor, harbour
Fransport
DuitsHafen
Spaanspuerto
Italiaansporto
Japans
Turksliman
Zweedshamn