heer

onzijdig (het)/her/

Wat is de betekenis van heer?

heer betekent: (m) man

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (m) man
  2. (m) deftige, aanzienlijke persoon van het mannelijk geslacht; iemand met veel sociale status
  3. (m) belangrijke mannelijke persoon
  4. (m) welgemanierd persoon, "gentleman"
  5. (m) heerser
  6. (m) persoon in wiens dienst men staat, meester, baas
  7. (m) bezitter van een heerlijkheid
  8. (m) houder van zekere adellijke titel
  9. (m) aanspreektitel voor mannelijke personen
  10. kaartspel (m) (kaartspel) een van de vaste kaarten, waarvan de waarde meestal tussen die van vrouw en aas in ligt
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd, militair (verouderd) (militair) (onveranderlijk); "leger"

Voorbeelden van "heer" in een zin

  • Dames en heren, van harte welkom op dit galaconcert.
  • 'Laat ik nu dan maar eens gaan horen wat de eerbiedwaardige heer Reede me te vertellen heeft.
  • Het is buiten de kwelzucht van de parcoursbouwers gerekend. Hier lag de afgelopen drie keer de eindstreep, maar verderop hebben ze een onverhard pad laten aanleggen. Nog wat verder omhoog, heren!
  • De hoge heren hebben besloten dat er 100 mensen ontslagen moeten worden.
  • Natuurlijk hebben noch ik noch de heren in lange jurken enig idee wat waar is en wat niet, maar je moet tenslotte toch ergens in geloven. Ik zal er wellicht heel anders over denken over tien jaar tijd. Ik blijf zoeken.

Betekenis en uitleg van heer

Het woord 'heer' wordt vaak gebruikt als een beleefde aanspreekvorm voor een man, vergelijkbaar met 'meneer'. Het kan ook een teken van respect zijn, bijvoorbeeld wanneer je iemand met een hogere sociale status aanspreekt.

Je gebruikt 'heer' doorgaans in formele situaties, zoals bij het aanspreken van een onbekende of in zakelijke omgevingen. Het woord kan ook een religieuze connotatie hebben, wanneer het verwijst naar God of een hogere macht. In sommige gevallen kan het een meer archaïsche of plechtige toon hebben, waardoor het minder gebruikelijk is in alledaagse gesprekken.

Voorbeelden

  • De heer Jansen was een gerespecteerd lid van de gemeenschap en werd vaak om advies gevraagd.
  • Tijdens de bijeenkomst sprak de voorzitter de aanwezigen aan met 'Dames en heren'.
  • Het is belangrijk om de heer Van Dijk te bedanken voor zijn bijdrage aan het project.

Woordoorsprong

Het woord 'heer' stamt af van het Oud-Nederlands 'her', dat ook 'meester' of 'heerser' betekende. Het is verwant aan het Duitse 'Herr' en het Engelse 'lord'.

Veelgestelde vragen over heer

Wat is de betekenis van heer?

heer betekent: (m) man

Hoeveel betekenissen heeft heer?

heer heeft 11 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft heer?

heer is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je heer in een zin?

Voorbeeld: “Dames en heren, van harte welkom op dit galaconcert.

Etymologie

*[B] (erfwoord): Van Middelnederlands *heri, Proto-Germaans *harja-. In de betekenis van ‘leger’ voor het eerst aangetroffen in 850.

Uitdrukkingen

  • De Heer kastijdt dien Hij liefheeftschrale troost voor degene die extreem beproefd wordt [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1105.phpv1090 www.dbnl.org]
  • Een halfblanks heeriemand, die eigenlijk geen heer is, geen echte heer [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0786.phpv780 www.dbnl.org]
  • Kinderen zijn een zegen des HerenStoett-1144 [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1160.phpv1144 www.dbnl.org]
  • Langs 's heren straten ( of wegen) Lopenlangs den openbaren weg, op straat lopen, rondslenteren [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0883.phpv874 www.dbnl.org]
  • Met grote heren is het kwaad kersen etentegen hoge heren leg je het meestal af
  • Niemand kan twee heren dienentwee dingen tegelijk doen gaat niet
  • Onze Lieve Heer heeft rare kostgangersop de wereld lopen er allerlei merkwaardige mensen rond
  • Strenge heren regeren niet langwanneer een baas niet een beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk

Vertalingen

Engelsgentleman, lord, Sir
FransMonsieur
DuitsHerr
Spaansseñor, caballero, gentilhombre
Poolspan