Heffen

/ˈhɛfə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op opwaartse richting doen bewegen
    Zij hieven het glas om hem nog vele gezonde jaren toe te wensen.
    Hij hief zijn wijs- en middelvingers in het vredesteken en vertrok zuidwaarts, de donkere ochtend in.
  2. ov (ov) doen betalen, aanrekenen
    Daarop wordt veel belasting geheven.

Etymologie

*Zie ook hebbenWoordherkomst en -opbouw.

Vertalingen

Engelslift, raise, impose
Franslever, élever, percevoir
Duitsheben, erheben
Spaansalzar, elevar, levantar