handkus

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kus op de hand als een elegante begroeting en eerbetuiging
    De koningin kreeg een handkus van haar onderdaan.
  2. kus op je eigen hand die je dan naar een ander blaast of werpt
    Tijdens het wegrijden van de trein gaven de geliefden elkaar handkusjes.