handkus
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kus op de hand als een elegante begroeting en eerbetuigingDe koningin kreeg een handkus van haar onderdaan.
- kus op je eigen hand die je dan naar een ander blaast of werptTijdens het wegrijden van de trein gaven de geliefden elkaar handkusjes.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek