hand
Wat is de betekenis van hand?
hand betekent: (anatomie) uiterste deel van de arm, voorbij de pols
Betekenis
- (anatomie) uiterste deel van de arm, voorbij de pols
Voorbeelden van "hand" in een zin
- Zij heeft in haar hand een groot boek.
- Ik duwde de deur met beide handen open en zag dat er ’s nachts een dik pak sneeuw was gevallen, waarvan een stukje geel kleurde toen ik er mijn waterfles in leegde.
Betekenis en uitleg van hand
Een hand is een van de belangrijkste onderdelen van ons lichaam, die bestaat uit vingers en een handpalm. Met onze handen kunnen we grijpen, aanraken en veel verschillende taken uitvoeren, van schrijven tot het maken van kunst.
Het woord 'hand' gebruik je vaak in situaties waarin het gaat om fysieke interactie of arbeid. Denk aan het geven van een hand om iemand te begroeten, of het gebruik van je handen in creatieve of ambachtelijke bezigheden. De term kan ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld als men spreekt over 'een helpende hand bieden'.
Voorbeelden
- Na een lange dag werken, was het fijn om met mijn handen een maaltijd te bereiden.
- Ze gaf hem een hand om hem te helpen opstaan na zijn val.
- Tijdens de workshop leerden de deelnemers hoe ze hun handen konden gebruiken om prachtige potten te maken.
Woordoorsprong
Het woord 'hand' komt van het Oudgermaanse 'handō', dat verwant is aan vergelijkbare woorden in andere Germaanse talen.
Veelgestelde vragen over hand
Wat is de betekenis van hand?
hand betekent: (anatomie) uiterste deel van de arm, voorbij de pols
Welk woordgeslacht heeft hand?
hand is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je hand in een zin?
Voorbeeld: “Zij heeft in haar hand een groot boek.”
Etymologie
*uit Middelnederlands: hant verwant aan : hand en : Hand, handus. Niet buiten bekend.
Uitdrukkingen
- twee handen op één buik
- hand in hand gaan — Samengaan, altijd samen voorkomen
- hand over hand toenemen — Steeds erger worden
- Als de ene hand de ander wast worden ze allebei schoon. — Wanneer je samenwerkt en elkaar helpt, is hetgeen gebeuren moet sneller gedaan
- Als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand. — Als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp
- Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. — Kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen
- De hand aan de ploeg slaan. — Flink aan het werk gaan
- De hand in eigen boezem steken — De schuld (ook) bij zichzelf zoeken