Helen

/'ɦelə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) gezond worden
    Die wond heelt niet goed als hij niet verzorgd wordt.
    Doordat England onlangs van schoenenmerk was geswitcht begon de wreef van zijn voet na een week gigantisch op te zwellen. Hierdoor moest hij al na een aantal dagen vroegtijdig de trail verlaten om te rusten en zijn voet te laten helen.
  2. ov (ov) (met opzet) gestolen goed in ontvangst nemen
    Je hebt die spullen geheeld en dat is strafbaar.

Etymologie

: Keltisch: : "celim" “ik verberg”

Vertalingen

Engelsheal, cure, receive
Fransguérir, receler, fourguer
Duitsheilen, hehlen
Spaanscurar, cicatrizar, sanar
Zweedshela