Helm

/ˈhɛlᵊm/

Wat is de betekenis van Helm?

Helm betekent: (m); (hoofddeksel) beschermend hoofddeksel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel (m); (hoofddeksel) beschermend hoofddeksel
  2. bloemplanten (f)/(m) (bloemplanten) een vaste plant, die tot de grassenfamilie () behoort. Het is een pioniersplant die belangrijk is bij de vorming van duinen. De plant produceert lange wortelstokken en waar deze wortelstokken met licht in aanraking komen ontstaat een nieuwe spruit

Voorbeelden van "Helm" in een zin

  • 'Daar stonden ze, helm aan helm, geweer aan geweer, als in steen gehouwen. Ik werd met trots vervuld dat ik het bevel mocht voeren over een handvol mannen die mogelijk in stukken konden worden gereten maar zich niet lieten overwinnen. Op dit soort momenten triomfeert de menselijke geest over de enorme kracht van de materie.

Etymologie

*Van het Protogermaanse *helmaz

Uitdrukkingen

  • Met de helm (op) geboren zijnde toekomst kunnen voorspellen
  • : "helm"
  • : helm

Vertalingen

Engelshelmet, marram grass, marram
Franscasque, heaume, oyat
DuitsHelm, Strandhafer, Sandhafer
Spaanscasco, yelmo, barrón
Italiaanscasco, erba arenaria
Russischшлем, каска, песколюб
Zweedshjälm, sandrör, marhalm
Deenssand-hjælme