Hermelijn
mannelijk (de)/ˌhɛrməˈlɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m) (roofdieren) bepaald klein wezelachtig zoogdier,
- (heraldiek) wit met gestileerde weergave van zwarte staartjes (andere kleurencombinaties kunnen soms ook voorkomen)
Etymologie
*via Middelnederlands "ermelijn", in de betekenis van ‘marterachtige’ aangetroffen vanaf 1287; op te vatten als afgeleid van "hermel" dat via Middelnederlands "hermel" teruggaat op Oudnederlands "hermilo"
Vertalingen
Engelsstoat, ermine
Franshermine
DuitsHermelin
Spaansarmiño
Italiaansermellino
Portugeesarminho
Russischгорностай
Poolsgronostaj
Zweedshermelin
Deenslækat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek