Hermelijn

mannelijk (de)/ˌhɛrməˈlɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (m) (roofdieren) bepaald klein wezelachtig zoogdier,
  2. heraldiek (heraldiek) wit met gestileerde weergave van zwarte staartjes (andere kleurencombinaties kunnen soms ook voorkomen)

Etymologie

*via Middelnederlands "ermelijn", in de betekenis van ‘marterachtige’ aangetroffen vanaf 1287; op te vatten als afgeleid van "hermel" dat via Middelnederlands "hermel" teruggaat op Oudnederlands "hermilo"

Vertalingen

Engelsstoat, ermine
Franshermine
DuitsHermelin
Spaansarmiño
Italiaansermellino
Portugeesarminho
Russischгорностай
Poolsgronostaj
Zweedshermelin
Deenslækat