Heul

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde, verouderd (plantkunde) (verouderd) papaver
zelfstandig naamwoord
  1. overwelfde of overbrugde (vaak ook afsluitbare) doorgang in een waterkering
  2. houten of stenen boogbrug over een sloot voor het inrijden van hooi
  3. uitholling in de grond als doel bij een balspel
zelfstandig naamwoord
  1. heil, hulp
    De man zoekt zijn heul in de kroeg, de vrouw bij de buurwijven en de kinderen moeten op straat zijn. [https://books.google.es/books?id=j2ZEAQAAMAAJ&pg=PA31&lpg=PA31&dq=%22zoekt+zijn+heul%22&source=bl&ots=bQRetS-O-m&sig=SVTOf1Bp7mXpcEhhpQPAs4fjpOc&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjzmp2j6e3XAhVCuxQKHYmICA8Q6AEILDABv=onepage&q=%22zoekt%20zijn%20heul%22&f=false books.google.es]

Etymologie

*[C] Nevenvorm van heil.

Vertalingen

Engelsaid, consolation, help