Heul
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) (verouderd) papaver
zelfstandig naamwoord
- overwelfde of overbrugde (vaak ook afsluitbare) doorgang in een waterkering
- houten of stenen boogbrug over een sloot voor het inrijden van hooi
- uitholling in de grond als doel bij een balspel
zelfstandig naamwoord
- heil, hulpDe man zoekt zijn heul in de kroeg, de vrouw bij de buurwijven en de kinderen moeten op straat zijn. [https://books.google.es/books?id=j2ZEAQAAMAAJ&pg=PA31&lpg=PA31&dq=%22zoekt+zijn+heul%22&source=bl&ots=bQRetS-O-m&sig=SVTOf1Bp7mXpcEhhpQPAs4fjpOc&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjzmp2j6e3XAhVCuxQKHYmICA8Q6AEILDABv=onepage&q=%22zoekt%20zijn%20heul%22&f=false books.google.es]
Etymologie
*[C] Nevenvorm van heil.
Vertalingen
Engelsaid, consolation, help
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek