Jiddisj
onzijdig (het)ˈjɪdɪʃ
Wat is de betekenis van Jiddisj?
Jiddisj betekent: taal van Asjkenazische joden die omstreeks 1000 in de Rijnstreek is ontstaan, zich vandaar over de hele wereld heeft verspreid en voor de Tweede Wereldoorlog door ruim tien miljoen joden werd gesproken; gebaseerd op Duitse dialecten, met Romaanse invloeden en veel Hebreeuwse en Aramese elementen; geschreven met Hebreeuwse letters
Betekenis
eigennaam
- taal van Asjkenazische joden die omstreeks 1000 in de Rijnstreek is ontstaan, zich vandaar over de hele wereld heeft verspreid en voor de Tweede Wereldoorlog door ruim tien miljoen joden werd gesproken; gebaseerd op Duitse dialecten, met Romaanse invloeden en veel Hebreeuwse en Aramese elementen; geschreven met Hebreeuwse letters
bijvoeglijk naamwoord
- van of in de Jiddisje taal
- van of betrekking hebbend op Joden (uit Centraal-Europa)
Voorbeelden van "Jiddisj" in een zin
- Hij spreekt in het Jiddisj – de voertaal in de wijk.
- De afleveringen liepen van 9 augustus 1686 tot 5 december 1687. Het is daarmee de oudst bekende Jiddisje krant ter wereld.
Etymologie
van Jiddisch ייִדיש (jiddisch) letterlijk: 'Joods', geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.I en spellingregel 16.J; vergelijk Judezmo
Vertalingen
EngelsYiddish
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek