Ka

vrouwelijk (de)/ka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) vrouw die krachtig voor haar opvatting uitkomt
zelfstandig naamwoord
  1. kade
  2. kleine dam
  3. oever die geschikt is gemaakt om schepen aan te leggen
  4. zangvogels (zangvogels) kauw
tussenwerpsel
  1. geluid van een kraai of kauw, wordt vaak een paar keer herhaald

Etymologie

*: (klanknabootsing)