Kaats

Wat is de betekenis van Kaats?

Kaats betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaatsen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaatsen
  2. gebiedende wijs van kaatsen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaatsen

Voorbeelden van "Kaats" in een zin

  • Ik kaats.
  • Kaats!
  • Kaats je?