Kaats
Wat is de betekenis van Kaats?
Kaats betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaatsen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaatsen
- gebiedende wijs van kaatsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaatsen
Voorbeelden van "Kaats" in een zin
- Ik kaats.
- Kaats!
- Kaats je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek