Kit

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (f)/(m) en (n) verzamelnaam voor dikvloeibare materialen, gebruikt voor verlijming of afdichting
    Je kunt daar wat kit voor gebruiken.
  2. (f)/(m) metalen kan, met name gebruikt voor kolen
    Gooi even een kit kolen in de kachel.
  3. (m) een kistje of etui met gereedschap of toebehoor
    Dat heb ik niet in m'n kit zitten.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lijm’ voor het eerst aangetroffen in 1860

Vertalingen

Engelscoal-scuttle
Spaansmasilla