Klaproos

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈklɑpros/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort plant met een felrode bloem, uit de familie
    De klaproos is een symbool geworden van het slagveld van de Eerste Wereldoorlog.
    De klaproos is ook een weervoorspeller! Regen op komst? Dan klapt de bloem dicht, vandaar de naam klaproos. In België wordt de klaproos ook wel onweersbloem of donderbloem genoemd.

Etymologie

* In de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in 1543

Vertalingen

Engelspoppy, papaver
Franscoquelicot, coquelicot, pavot
DuitsKlatschmohn, Klatschrose, Kornrose
Spaansamapola
Italiaanspapavero
Portugeespapoula
Russischмак
Japansケシ, ポピー
Turksgelincik
Poolsmak polny, mak
Zweedsvallmo
Deensvalmue