Kozak
mannelijk (de)/koˈzɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demoniem) lid van een hoofdzakelijk Slavisch ruitervolk dat rondtrok over de zuidelijke steppes van het Russische rijkDe Kozak is een misdadiger, een moordenaar, een soldaat. Hij rooft en koopt om. Hij is slim en dapper. Hij wisselt van partij.De Kozak beschermt de orthodoxie. Hij brengt de drukpers naar Kyiv. De Kozak is een zigeuner, die sultans en koningen van de troon stoot.Legers huurlingen uit alle windstreken van Europa - Engelsen, Fransen, Hollanders, Hongaren, Kozakken, Kroaten, Polen, Walen, Spanjaarden, Zweden en ook Nederlanders - trokken met hun tros door Duitsland, hun uitrusting en proviandering, soldij en buit uit de bevolking persend.
Etymologie
*van "козак" (kozak) en "казак" (kazak), in de betekenis van ‘lid van Russisch ruitervolk’ voor het eerst aangetroffen in 1620
Vertalingen
EngelsCossack
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek