Krab

mannelijk/vrouwelijk (de)/krɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kreeftachtigen (kreeftachtigen) kreeftachtige die leeft in de nabijheid van water
    Teresa vond haar een beetje lijken op een krab die op de vlucht sloeg voor een hoge golf, niet bij machte haar hoofd uit haar pantser te steken.
    Dus Hero pakte een krab van de rots, dook onder water en hield de krab voor het gat ' 'En toen?' Lauren lijkt intussen ook geïnteresseerd in de afloop van het verhaal.

Etymologie

* In de betekenis van ‘schaaldier’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Vertalingen

Engelscrab
Franscrabe
DuitsKrebs
Spaanscangrejo
Italiaansgranchio
Portugeescaranguejo