Krap
mannelijk/vrouwelijk (de)/krɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- boekslot
- kalfring: ring om de horens van jonge koeien, die zich vormt, telkens als zij gekalfd hebben
- (Noordoost-Nederlands) wervel of kruk aan een deur of venster
- (Limburg) kaantje
Etymologie
#met een kleine maat die nauw sluit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek