Kruisboog
mannelijk (de)/ˈkrœyzbox/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) diagonale boog in een kruisgewelf
- (militair) (geschiedenis) boog, schiettuig waarvan de reep en de pees een kruis vormen
Vertalingen
Spaansojiva, ballesta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek