Kuiper

mannelijk (de)/ˈkœypər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die vaten of tonnen maakt
    Mijn neef is kuiper.
  2. figuurlijk (figuurlijk) iemand die stiekem overleg voert om een ander te benadelen

Etymologie

* van kuipen

Vertalingen

Franstonnelier
Spaanstonelero
Deensbødker