Kuiper
mannelijk (de)/ˈkœypər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die vaten of tonnen maaktMijn neef is kuiper.
- (figuurlijk) iemand die stiekem overleg voert om een ander te benadelen
Etymologie
* van kuipen
Vertalingen
Franstonnelier
Spaanstonelero
Deensbødker
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek