Labour
mannelijk (de)/ˈlebər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- arbeid, werkIk moest node schrijven, aan Reinekes arm liep ik duizelend mee, kreunend voor elke windvlaag, als een vrouw die uit haar labour gehaald wordt voor wie weet welk ander wissewasje.
- arbeidersbeweging, vooral opgevat als politieke richtingDat land kreeg een labour-regering en gezien het stijgende anti-Amerikanisme in dat land zond Washington een man met ruime cia-ervaring.
Etymologie
*van "labour"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek