Labour

mannelijk (de)/ˈlebər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. arbeid, werk
    Ik moest node schrijven, aan Reinekes arm liep ik duizelend mee, kreunend voor elke windvlaag, als een vrouw die uit haar labour gehaald wordt voor wie weet welk ander wissewasje.
  2. arbeidersbeweging, vooral opgevat als politieke richting
    Dat land kreeg een labour-regering en gezien het stijgende anti-Amerikanisme in dat land zond Washington een man met ruime cia-ervaring.

Etymologie

*van "labour"