Landbouwschap

onzijdig (het)ˈlɑndbɑuˌsxɑp

Wat is de betekenis van Landbouwschap?

Landbouwschap betekent: van 1954 tot 2000 bestaand zelfbesturend overheidslichaam dat alle agrarische bedrijvigheid omvatte

Betekenis

eigennaam
  1. historisch_in_het_nederlands, landbouw_in_het_nederlands, regering_in_het_nederlands van 1954 tot 2000 bestaand zelfbesturend overheidslichaam dat alle agrarische bedrijvigheid omvatte

Voorbeelden van "Landbouwschap" in een zin

  • In de praktijk lag het werkterrein van het Landbouwschap vooral op belangenbehartiging en op samenwerking tussen de dragende landbouw- en landarbeidersorganisaties.
  • Het Landbouwschap waardoor boeren, landarbeiders en agro-industrie met één verhaal naar buiten konden komen, is afgebroken.

Etymologie

geen meervoud, afgeleid van landbouw met het achtervoegsel -schap, geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.N