land
onzijdig (het)/lɑnt/
Wat is de betekenis van land?
land betekent: (geologie) gedeelte van het aardoppervlak dat boven water (rivieren, zeeën, oceanen e.d.) uitsteekt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) gedeelte van het aardoppervlak dat boven water (rivieren, zeeën, oceanen e.d.) uitsteekt
- (landbouw) dat deel van de aardbodem dat geschikt is voor of gebruikt wordt voor bebouwing of landbouw en veeteelt
- (geopolitiek) een geografisch afgebakend gebied dat aan één bepaald gezag is onderworpen, en zodoende geldt als eigen staat
- niet-verstedelijkt gebied
- het eigen land, het land waar men geboren is
Voorbeelden van "land" in een zin
- We moeten op land geen windmolens meer plaatsen, maar uitsluitend investeren in zeewindparken.
- De kikker leeft zowel op het land als in het water.
- Hij heeft een stuk land gekocht.
- De boeren zijn op het land bezig met het maaien van het gras.
- Het hele land was in rep en roer.
Etymologie
:Oost: : land
Uitdrukkingen
- Geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd. — In tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren
- Het land aan iets hebben — Aan iets een hekel hebben
- In het land der blinden is éénoog koning. — Je hoeft maar weinig moeite te doen om mensen vóór te blijven als zij zich niet in dat onderwerp verdiepen of er geen tijd/moeite in willen stoppen ofwel: wanneer iemand als enige een beetje van iets weet, lijkt het voor iedereen die er niets van weet alsof diegene er echt verstand van heeft
- Met de hoed in de hand komt men door het ganse land. — Iemand die vriendelijk is bereikt meer in het leven dan iemand die onaardig en onbeleefd is
- Aan land gaan / aan wal komen — Van boord gaan, uit de boot stappen
- Te land
- De arme landen — Algemene aanduiding voor landen die tot de Derde Wereld worden of werden gerekend
- De kaart van het land kennen — Weten hoe de omstandigheden zijn
Vertalingen
Engelsland, land, country
Franspays, campagne, patrie
DuitsLand, Land, Land
Spaanstierra, tierra, país
Italiaanspaese, campagna
Portugeespaís, campo
Russischстрана, страна
Chinees國
Japans国
Koreaans나라
Arabischبلد, بلد
Turkskara, tarla, toprak arazi
Poolskraj, wieś
Zweedsland, land
Deensland, land
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek