Rijk
onzijdig (het)/rɛik/
Wat is de betekenis van Rijk?
Rijk betekent: (geopolitiek) een staat of natie onder het gezag van een vorst of andere heerser
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geopolitiek) een staat of natie onder het gezag van een vorst of andere heerser
- (biologie) een taxon dat bestaat uit een of meer stammen en dat deel uitmaakt van een domein
Voorbeelden van "Rijk" in een zin
- Het rijk van Karel de Grote had geen hoofdstad.
- Alle deelnemers waren etnische Grieken of identificeerden zich als zodanig; er waren heel wat atleten bij afkomstig uit het Ottomaanse rijk.
Etymologie
#waardevol
Uitdrukkingen
- De koning te rijk zijn — Heel rijk zijn/Het heel erg goed hebben/Heel gelukkig zijn
- Jezelf rijk rekenen — Denken dat je in een gunstiger positie bent dan in feite het geval is
- Wijd van huis is altijd rijk — Iemand die naar een ver oord reist, kan daar gemakkelijk onwaarheden over zichzelf vertellen en zichzelf ophemelen (aangezien diegene daar een volslagen vreemde is)
- Van rijkswege
Vertalingen
Engelsrich, wealthy, empire
Fransriche, empire, règne
Duitsreich, Reich
Spaansrico, rica, riquísimo
Italiaansricco, ricca
Portugeesreino
Russischбогатый
Zweedsrik, rike
Deensrige
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek