zee
Wat is de betekenis van zee?
zee betekent: (aardrijkskunde) een uitgestrekt oppervlak zoutwater dat het grootste deel van de aarde bedekt
Betekenis
- (aardrijkskunde) een uitgestrekt oppervlak zoutwater dat het grootste deel van de aarde bedekt
- (figuurlijk) overstelpende hoeveelheid, zeer grote massa
Voorbeelden van "zee" in een zin
- Wij gaan op vakantie naar Griekenland, waar we een hele week aan zee gaan liggen.
- En Olive, die ook niet dieper wilde ingaan op de foute kanten van hun plannetje, wendde haar blik af en keek naar de kolossale lijnschepen die de zee op voeren.
- Heb elkander lief, maar maak van de liefde geen band: laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van je zielen.
- Toen de kinderen het huis uit waren, had zij opeens een zee van tijd
Betekenis en uitleg van zee
De zee is een uitgestrekt, zout wateroppervlak dat de meeste delen van de aarde bedekt. Het is een plek vol leven en avontuur, waar je kunt zwemmen, zeilen of gewoon naar de horizon kunt staren.
Het woord 'zee' wordt vaak gebruikt om grote watermassa's aan te duiden die niet alleen voor recreatie, maar ook voor transport en handel van cruciaal belang zijn. Je gebruikt het in verschillende contexten, zoals bij het bespreken van het milieu, vakantiereizen, of de ecologie van zeeleven. De zee kan ook een metafoor zijn voor oneindigheid of onbereikbare dromen.
Voorbeelden
- De kinderen renden enthousiast naar de zee om te spelen in de golven.
- Tijdens de vakantie genoten we van lange wandelingen langs de zee, terwijl de zon onderging.
- De zee is niet alleen mooi, maar herbergt ook talloze geheimen en onontdekte soorten.
Woordoorsprong
Het woord 'zee' komt van het Oudnederlands 'sea', dat verwant is aan het Engelse 'sea' en het Duitse 'See'.
Veelgestelde vragen over zee
Wat is de betekenis van zee?
zee betekent: (aardrijkskunde) een uitgestrekt oppervlak zoutwater dat het grootste deel van de aarde bedekt
Hoeveel betekenissen heeft zee?
zee heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft zee?
zee is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je zee in een zin?
Voorbeeld: “Wij gaan op vakantie naar Griekenland, waar we een hele week aan zee gaan liggen.”
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands see, uit Oudnederlands sēo, ontwikkeld uit Oergermaans *saiwiz, bij Indo-Europees *soikʷ-í-, uitbreiding van de basis *séikʷ- ‘gieten’, die in Middelnederlands siën ‘filtreren, sijpelen’ is voortgezet; zie verder zeiken. Evenals Nederduits See ‘meer; zee’, Fries see ‘zee’ en Zweeds sjö ‘meer’.
Uitdrukkingen
- Dat kan al het water van de zee niet afwassen — Dat valt niet weg te praten
- De zee ploegen — Op zee varen
- Er verdrinken er meer in het glas dan in de zee — Er vallen meer doden door drankmisbruik dan op zee
- Geen zee gaat te hoog — Niets is te moeilijk (om een bepaald doel te bereiken)
- Het water loopt altijd naar de zee — Degenen die toch al het meeste hebben, krijgen het meeste erbij
- Recht door zee — Zonder omwegen, direct, zonder smoesjes, kordaat
- Water naar de zee dragen — Zinloos, overbodig werk doen
- Met iemand in zee gaan — Met iemand zaken doen