grond

mannelijk (de)/ɣrɔnt/

Wat is de betekenis van grond?

grond betekent: (geologie) een bepaald stuk van het aardoppervlak

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie (geologie) een bepaald stuk van het aardoppervlak
  2. geologie, plantkunde (geologie), (plantkunde) de stof van het aardoppervlak waarop planten en bomen groeien
  3. geologie (geologie) het aardoppervlak in algemene zin
  4. geologie (geologie) zeebodem
  5. figuurlijk (figuurlijk) de reden of basis van gedrag, houding, standpunt of motief
  6. figuurlijk, psychologie (figuurlijk) (psychologie) het diepste wezen van iets of iemand

Voorbeelden van "grond" in een zin

  • De projectontwikkelaar heeft die grond gekocht om huizen op te bouwen.
  • De enige vlakke grond was de trail zelf dus ik hoopte dat er geen vroege hiker over me heen zou vallen in de ochtend. Maar dat gebeurde wel.
  • De jongen zat de hele dag met zijn handen in de grond.
  • Na een lange vliegreis stonden we eindelijk weer op de grond.
  • Het schip was aan de grond gelopen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bodem’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220

Uitdrukkingen

  • Aan de grond houdenniet laten vliegen
  • Aan de grond zitten(Bijna) helemaal niets meer hebben; uitgeput zijn
  • Als paddenstoelen uit de grond schietenOveral snel uit het niets tevoorschijn komen
  • Door de grond [kunnen] zakkenZich plotseling erg beschaamd of vernederd voelen
  • Geen grond hebbenGeen basis hebben, op niets gestoeld zijn
  • Geen voet aan de grond krijgenGeen houvast kunnen krijgen, ergens geen vat op krijgen
  • Met beide benen op de grond staanRealistisch zijn
  • Met de grond gelijk makenGeheel afbreken, slopen

Vertalingen

Engelsground, terrain, tereno