uitgangspunt

onzijdig (het)/ˈœytxɑŋsˌpʏnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de aannames en veronderstellingen waar men van uitgaat
    De dualiteit van golf en deeltje is het uitgangspunt van de kwantummechanica.
    Waar het in het advies aan ontbreekt, is een inhoudelijke beschouwing ten aanzien van ouderen, hun zorgvraag alsmede de zorgverlening. ‘Betaalbaarheid’ en ‘organiseerbaarheid’ zijn de uitgangspunten.
    Dat was in 1905. Nu was het 1940 en was je terug bij het uitgangspunt. Het was alsof je de Kleivebron opnieuw bouwde.

Vertalingen

Engelspoint of departure, starting point
Franspoint de départ
DuitsAusgangspunkt
Spaanspunto de partida