uitvlucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈœytflʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (schijn)argument (pretext, smoes, voorwendsel) dat men aanvoert om aan iets te ontkomen

Etymologie

* of van uitvliegen

Vertalingen

Franssubterfuge, échappatoire
Spaanspretexto, son, subterfugio