Lepelaar

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van Lepelaar?

Lepelaar betekent: (roeipotigen) , een steltloper ter grootte van een ooievaar met een lepelvormige snavel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roeipotigen (roeipotigen) , een steltloper ter grootte van een ooievaar met een lepelvormige snavel
  2. iemand die of iets dat lepelt

Betekenis en uitleg van Lepelaar

Een lepelaar is een grote, elegante watervogel die bekend staat om zijn opvallende, lepelvormige snavel. Deze vogels zijn vaak te vinden in moerassen en langs rivieren, waar ze hun snavel gebruiken om voedsel uit het water te filteren.

Het woord 'lepelaar' wordt vaak gebruikt in de context van vogels en natuurobservatie. Het kan ook een metafoor zijn voor mensen die zich op een specifieke manier door hun omgeving bewegen, zoals het verzamelen van informatie of het zoeken naar kansen. Wanneer je over lepelaren praat, denk dan aan hun unieke manier van leven en hun rol in het ecosysteem.

Voorbeelden

  • Tijdens onze wandeltocht in de natuur zagen we een lepelaar majestueus over het water vliegen.
  • De lepelaar is een belangrijke soort in de lokale fauna en draagt bij aan de biodiversiteit van het gebied.
  • In het voorjaar komen veel lepelaren naar dit gebied om te broeden en hun jongen groot te brengen.

Woordoorsprong

Het woord 'lepelaar' is afgeleid van de vorm van de snavel, die doet denken aan een lepel. Het deel 'aar' verwijst naar een soort vogel.

Veelgestelde vragen over Lepelaar

Wat is de betekenis van Lepelaar?

Lepelaar betekent: (roeipotigen) , een steltloper ter grootte van een ooievaar met een lepelvormige snavel

Hoeveel betekenissen heeft Lepelaar?

Lepelaar heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft Lepelaar?

Lepelaar is een mannelijk (de).

Etymologie

* van lepelen

Vertalingen

Engelsspoonbill
Fransspatule blanche
DuitsLöffler, Löffelreiher
Spaansespátula
Italiaansspatola bianca
Portugeescolhereiro
Chinees白琵鹭
Turksbayağı kaşıkçı
Poolswarzęcha
Zweedsskedstork
Deensskestork