Lies
mannelijk/vrouwelijk (de)/lis/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) gedeelte van de buikstreek die met de liesplooi de grens vormt tussen onderlichaam en dij
Etymologie
* In de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1146
Vertalingen
Engelsgroin
Fransaine
DuitsLeiste
Spaansingle
Italiaansinguine
Portugeesvirilha
Turkskasık
Poolspachwina
Zweedsljumske
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek