Lijster

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɛistər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) benaming voor zangvogels uit de familie lijsters ()
    Toen ze in haar tuin een boek zat te lezen, hoorde ze enkele lijsters.

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands lijst(e)re, ontwikkeld uit West-Germaans *lī(h)strō-. Evenals Nederduits "Liester", Luxemburgs "Läischter" ‘grote lijster’ en Fries "lyster".

Vertalingen

Engelsthrush
Fransgrive
DuitsDrossel
Spaanstordo, zorzal
Italiaanstordo
Portugeestordo
Russischдрозд
Arabischسمّان
Turksardıç
Poolsdrozd
Zweedstrast
Deensdrossel