Luik
onzijdig (het)/lœyk/
Wat is de betekenis van Luik?
Luik betekent: openklappend vlak, klapdeur
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- openklappend vlak, klapdeur
- (scheepvaart) afdekking van een scheepsruim
- openklappende plank die een raam afdekt en beschermt
- onderdeel van een altaar-schilderij
- (figuurlijk) deel van een plan, van een beoordeling, enz.; aspect, hoofdstuk, onderdeel
Voorbeelden van "Luik" in een zin
- Achter het ene luik is een echte prijs verborgen, achter de andere zit een troostprijs.
- Opa opende het houten luik aan de buitenkant van het huis achter het toilet en leegde de beerput met een grote ronde zinken schep aan een stok.
Etymologie
* In de betekenis van ‘(houten) schot’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1552
Vertalingen
Engelshatch
DuitsKlappe, Kläppchen, Luke
Russischлюк, люковое закрытие, ставня
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek