Luik

onzijdig (het)/lœyk/

Wat is de betekenis van Luik?

Luik betekent: openklappend vlak, klapdeur

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. openklappend vlak, klapdeur
  2. scheepvaart (scheepvaart) afdekking van een scheepsruim
  3. openklappende plank die een raam afdekt en beschermt
  4. onderdeel van een altaar-schilderij
  5. figuurlijk (figuurlijk) deel van een plan, van een beoordeling, enz.; aspect, hoofdstuk, onderdeel

Voorbeelden van "Luik" in een zin

  • Achter het ene luik is een echte prijs verborgen, achter de andere zit een troostprijs.
  • Opa opende het houten luik aan de buitenkant van het huis achter het toilet en leegde de beerput met een grote ronde zinken schep aan een stok.

Etymologie

* In de betekenis van ‘(houten) schot’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1552

Vertalingen

Engelshatch
DuitsKlappe, Kläppchen, Luke
Russischлюк, люковое закрытие, ставня