Luiken

/ˈlœykə(n)/

Wat is de betekenis van Luiken?

Luiken betekent: (verouderd) sluiten

Betekenis

werkwoord
  1. verouderd (verouderd) sluiten
werkwoord
  1. vlechten
  2. scheepvaart, techniek (scheepvaart), (techniek) maken van touw door dunnere strengen in elkaar te wikkelen
  3. techniek (techniek) maken van een mand of een stoelzitting door het vlechten van biezen of vergelijkbaar materiaal

Voorbeelden van "Luiken" in een zin

  • luik, luikje komt van luiken, en beteekend toe doen: waar van in het vervolg breeder: en soo is een luik anders niet, als dat iets toedekt: soo sijn de luiken voor de glaasen: de luiken van Vaartuigen, en in het besonder de stulpluiken op de luikgaaten niet anders, als stopsels, die op de gaaten geleit, en gestulpt, werden: maar om nu te betoonen, dat luiken toe doen beteekend: daar toe is het bewijs niet verre te haalen: gelijk uit de volgende spreekwijsen blijkt: ik heb mjn oogen niet gelooken: dat is, ik heb mijn oogen niet toegedaan: ik heb gants niet geslaapen,[http://dbnl.org/tekst/wins001seem01_01/wins001seem01_01_0008.php {{Aut|Wigardus à Winschoten
  • Het slaan van de strengen van het touw wordt ook luiken genoemd.
  • Tegen het ingemetst steenen fornuis zit een oude man een stoel te luiken.

Etymologie

*[B] zwak werkwoord: van Middelnederlands "luken"